Sporten maakt Gelukkig

Sporten maakt Gelukkig

We weten dat Geluk te maken heeft met verschillende factoren, zoals de genen die je hebt meegekregen en bepaalde omstandigheden in je leven, maar je kunt ook zelf invloed uitoefenen op je geluksniveau.

Er zijn verschillende vormen van geluk, zo kun je kort gelukkig worden van het kopen van een nieuw paar schoenen, maar op de lange termijn zal dit gelukseffect weer verdwijnen en zul je weer op je basis geluksniveau terugkeren.

Op de lange termijn gelukkig zijn, heeft te maken met andere factoren zoals optimistisch denken, genieten van het leven en een gezonde leefstijl.

Sporten zie ik als onderdeel van een gezonde leefstijl en is één van de dingen die je kunt doen om je welbevinden te verhogen.

Veel onderzoek naar sport en welbevinden richt zich op het voorkomen en behandelen van psychische stoornissen zoals depressie en angststoornissen.

Wat hieruit naar voren komt is dat sporten vooral samenhangt met een kleinere kans op het ontwikkelen van deze psychische stoornissen.

Volgens onderzoek van NEMESIS (2009) is sporten goed voor de lichamelijke gezondheid en bevorderlijk voor de psychische gezondheid. Sporters  hebben een 1,5 keer zo kleine kans hebben op een psychische stoornis. Ook blijkt dat mensen met een psychische stoornis die sporten, 1,5 keer vaker herstellen dan mensen die niet sporten. En het ontwikkelen van een nieuwe stemming of angststoornis is 1,5 tot bijna 2 keer kleiner bij sporters.

Jan Auke Walburg schrijft in zijn boek ‘Mentaal vermogen – investeren in geluk’ (2008) dat er meer dan 20 overzichtsstudies gedaan zijn naar de invloed van fysieke activiteit op stemming. De conclusie van al die onderzoeken zijn dat regelmatig fysiek actief zijn samengaat met minder angst, minder depressie, betere stemming en groter welbevinden. Andere algemene bevindingen zijn een verhoging van het gevoel van eigenwaarde, beter slapen, minder gevoelig voor stress en beter cognitief functioneren.

Volgens dhr. Walburg kunnen we stellen dat er een duidelijk verband is tussen regelmatige, lichamelijke inspanning en een goede stemming en een hoger welbevinden.

Maar hij schrijft ook dat dit niet onder alle omstandigheden zo is. Zo verhoogt zelfgekozen en zelf volgehouden inspanning het welbevinden.

Ook Sonja Lyubomirsky ( 2008) vindt dat je een activiteit moet proberen te vinden die bij je past, iets waarmee je iets van jezelf bevestigd. Het werken aan doelen die persoonlijk bevredigend zijn, brengt waarschijnlijk meer geluk dan het werken aan doelen die niet vrij gekozen zijn.

Volgens haar zijn er drie verklaringen over waarom lichamelijke activiteit mensen gelukkiger maakt. Ze noemt het gevoel van eigenwaarde/competentie, de mogelijkheid dat lichamelijke activiteit ‘flow’ (de toestand waarin mensen dermate betrokken zijn bij een activiteit dat ze alles om hen heen vergeten. De ervaring is zó prettig, dat men er vaak veel voor over heeft om die nogmaals te hebben (Csikszentmihalyi, 2003).) oplevert en dat als lichamelijke activiteit wordt uitgevoerd samen met anderen, gelegenheid biedt voor sociale contacten.

Ze zegt dat lichaamsbeweging misschien dan ook wel de meest effectieve, kant en klare geluksbevorderaar is van alle activiteiten die ze in haar boek beschrijft.

Ook Ruut Veenhoven (Gezond geluk, 2006) onderschrijft dat mensen die aan sport doen gemiddeld iets gelukkiger blijken dan mensen die dit niet doen.

Mijn eigen ervaring is dat sporten en dan met name hardlopen een erg positief effect heeft op mijn geluksgevoel. Ik had een aantal jaar niet gesport en ben nu net weer begonnen met hardlopen. Het geeft me gelijk weer een heerlijk gevoel, het is alsof het geluk direct door mijn aderen stroomt en ook de dagen erna, kan ik ondanks de spierpijn genieten, tevens merk ik dat ik meer ontspannen ben.

Nu heb ik wel gehoord van runner’s high en endorfine, maar ik las dus nu dat uit Duits onderzoek (2008) gebleken is dat endorfine bij atleten, ook daadwerkelijk verhoogt is na het hardlopen. Bekend was al dat endorfine pijn onderdrukken en gevoelens van geluk en blijdschap veroorzaken.

Conclusie

Ik denk dat we kunnen zeggen dat sport een positief effect heeft op ons welbevinden. Het werkt preventief tegen depressie en angststoornissen en het herstel van mensen met één van deze stoornissen is ook sneller wanneer men sport.

Het is goed voor je zelfvertrouwen en je voelt je meer ontspannen en slaapt dus ook lekker. Sport levert ook een bijdrage aan sociale contacten wanneer je sport met anderen en sociale contacten hebben ook weer een positief effect op je geluksgevoel. Daarnaast kan sporten een gevoel van ‘flow’ teweegbrengen en dit heeft ook een geluksbevorderend effect. Hardlopen kan je een lekker gevoel geven en hoewel dit een kortdurend geluksmoment is, kan het er wel voor zorgen dat je vaker gaat sporten en dat zal dus uiteindelijk weer bijdragen aan je geluksgevoel op de langere termijn.

Door: Inge Lenis

Bronvermelding

  • Mentaal vermogen, investeren in geluk – Jan Auke Walburg – 2008
  • Sonja Lyubomirsky – De maakbaarheid van geluk, een wetenschappelijke benadering voor een gelukkig leven – 2008
  • Mihaly Csikszentmihalyi – Flow – 2003
  • Gezond geluk – Ruut Veenhoven – Link:

http://www2.eur.nl/fsw/research/veenhoven/Pub2000s/2005e-fulln.pdf

  • Runner’s high: feit of fictie?

http://www.asics.nl/running/knowledge/runners-high-feit-of-fictie/

Geplaatst in Levenshouding en vaardigheden | Tags: , , , | 10 reacties

Word je van prestaties gelukkig

Zijn mensen die meer prestaties leveren op hun werk ook gelukkiger dan mensen die werken voor alleen het geld? Dit is interessant om te weten voor mensen die meer geluk uit hun werk willen halen. In dit artikel gaan we kijken of de titel/hoofdvraag van deze blog kan worden bekrachtigd.

Csikszentmihalyi ontdekte tijdens onderzoek naar hoe mensen hun tijd besteden en hoe ze die tijd beleven het verschijnsel flow. Hij omschrijft dat als ‘er helemaal in op gaan’, als ‘de tijd vliegt’, en een ‘gevoel van meesterschap’. Flow is dus een vorm van gelukkig zijn. Interessant genoeg doet flow zich vooral voor tijdens het werk.
Werk kan ons dus gelukkig maken. Dankzij de grote berg onderzoek naar arbeidstevredenheid weten we inmiddels ook welke factoren ertoe doen. Ons inspannen voor een doel, het volledig benutten van onze capaciteiten, het kunnen zien wat het oplevert en een bepaalde druk waardoor we geconcentreerd blijven, helpen zeer. Geluk in je werk is dus eigenlijk het weer worden van die krachtige persoon die je bént. ‘We are born to make manifest the glory of God that is within us’, zei Nelson Mandela al eens.(bron 1)
Een toestand waarin je helemaal opgaat in wat je doet , je vergeet de tijd en haalt het beste uit jezelf. Flow is de meest optimale toestand waarin je kunt verkeren in je werk. De eerste stap in het realiseren van meer flow is zorgen voor een goede balans tussen uitdagingen en vaardigheden. Flow is ook de toestand waarin we de snelste ontwikkeling doormaken. Een goede balans en snelle ontwikkelingen kunnen je geluksgevoel verhogen. (bron 2)
Iemand benijden (door Van de Ven ‘benijding’ genoemd), is daarentegen vooral het gevoel dat die ander iets heeft wat jij ook wilt. En dat motiveert. ‘Nog steeds een vervelend gevoel hoor, het blijft frustrerend als iemand anders beter af is. Maar het zet wel aan tot betere prestaties.’ Studenten die aangaven een goed presterende medestudent te benijden, voelden zich geïnspireerd, wilden harder studeren en deden het ook daadwerkelijk beter bij een intelligentietest. In het Engels is daar een mooie uitdrukking voor: ‘Keeping up with the Joneses’.(bron 3)
We plannen teveel op één dag, zijn lid van teveel clubs/verenigingen, nemen teveel verantwoordelijkheden, volgen hele moeilijke vakken, slapen te weinig om alles gedaan te krijgen en je leven is in een flits voorbij. Veel mensen leiden een dergelijk leven. Ze halen alles uit zichzelf om maar te presteren. Word je daar echt gelukkig van? 
Geluk tot prestaties/succes.
– Succes is alleen succes als het persoonlijk is.
– Geluk brengt succes, niet andersom.
– Succes is eerst intern, dan extern.
– Succes is doorgaan totdat. (bron 4)
Mensen die zichzelf al gelukkig bestempelen beschrijven vaak dat ze emoties als blijdschap, tevredenheid, vrolijkheid, opgewektheid en ontspannenheid ervaren. Geluk zorgt voor betere prestaties op het werk. Men wordt creatiever en productiever wanneer men in een goed humeur is wat zorgt voor een hogere kwaliteit van het werk en daarmee hoger inkomen. Er zijn 12 stappen die we  volgens sociaal psychologen kunnen ondernemen om geluk in ons leven te brengen.(bron 5)
Gratis geluk bestaat niet. Bovendien is dat algemene geluksniveau meer een soort tevredenheid. Het heeft weinig te maken met de ­euforie en het volmondige ‘ja’ dat men gewoonlijk met geluk associeert. Dát geluk is een dynamisch begrip. Het is kortstondig, je kunt het niet vastspijkeren (Beatrijs Ritsema, sociaal-psychologe). Verder wordt er verdieping gezocht tussen geluk/geld, geluk/schuldgevoelens, geluk/decadentie, geluk/grote denkers, geluk/werkelijkheid, geluk/kleine dingen, geluk/quitte staan en geluk/toewijding.(bron 6)

Deze blog kan de hoofdvraag niet volledig bevestigen. Dit komt voornamelijk door de vele aspecten die geassocieerd kunnen worden met ‘prestaties’ waar rekening mee moet worden gehouden. Ook een begrip als prestaties heel erg persoonlijk. Mensen hoeven naar mate ze meer prestaties leveren op het werk zijn niet per se gelukkiger te zijn dan mensen die minder prestaties ervaren op hun werk. Voor ieder ander is het ervaren van geluk met betrekking tot prestaties anders.

Bronnen:
Bron 1:http://www.hartenziel.nl/artikel/Met_meer_plezier_naar_het_werk
Bron 3:http://www.hartenziel.nl/artikel/Altijd_vergelijken_met_de_ander
Bron 4:http://www.elon.edu/pendulum/Story.aspx?id=3886
Bron 5:http://mens-en-samenleving.infonu.nl/psychologie/16502-12-stappen-naar-geluk.html
Bron 6:http://www.plusonline.nl/mensenenmeningen/artikelen/artikel/1870/gratis-geluk-bestaat-niet

Geplaatst in Werk | 4 reacties

Van vrijgevigheid wordt je gelukkig!

Zou je echt gelukkig kunnen worden van vrijgevigheid? Ik denk van wel. Helaas is het meestal wel van korte duur, maar dat is zo met alle factoren die gelukkig maken. Geluk is niet iets wat je de hele dag door kunt voelen. Het komt in vlagen voorbij. Dat is ook niet zo heel vreemd als we kijken naar alle gelukstheorieën die er al bestaan. Doordat geluk niet op zichzelf staat en altijd met allerlei factoren in verbinding is. Nieuwigheid is daar één van.

   Kathryn E. Buchanan van de universiteit van Kent en Anat Bardi van de Royal Holloway universiteit van Londen hebben een onderzoek gedaan. Het onderzoek was bedoeld om de gevolgen van de daden van vriendelijkheid en de daden van nieuwheid op de tevredenheid van het leven vast te stellen. De deelnemers aan dit experiment waren tussen de 18 – 60 jaar en namen deel aan het experiment op vrijwillige basis. Er werd willekeurig toegewezen of ze een nieuwe daad van vriendelijkheid moesten uitvoeren, een daad op dagelijkse basis of geen daad gedurende 10 dagen. Zoals verwacht, het uitvoeren van nieuwe vriendelijke daden resulteerde in een toenamen van de tevredenheid van het leven. (acts of kindness and acts of novelty affects live satisfaction, 2009). In het onderzoek wordt verwezen naar eerder onderzoek zo wordt er gezegd, dat het succes van dergelijke handelingen kan worden toegeschreven aan het potentieel element van nieuwheid tegen de adaptatie van effecten( Brickma & Cambell, 1971; Brickman, Coates & Janoff- Bulman, 1978) Inderdaad deelnemers die vijf soorten handelingen in 1 dag per week deden hadden een grotere stijging in geluk dan de deelnemers die vijf soort handelingen verrichten verspreid over meerdere dagen in 1 week (Lymbomirsky et. al., 2005), vermoedelijk door het  regelmatig uitvoeren van de handeling, konden de deelnemers zich sneller aanpassen en was de nieuwigheid van de handeling af. Hoogtepunten van deze nieuwigheid zijn een belangrijke factor bij het vergroten van geluk en doet de vraag rijzen of het voeren van nieuwe handelingen voldoende is om de levenstevredenheid te verhogen.  ( Sheldon & Lyubomirsky,2006)

Je wordt dus gelukkig van het verrichten van een goede daad (vrijgevigheid) Alleen moet je wel de uitdaging ervan in blijven zien. Als het te eentonig wordt, vergroot het niet meer de kwaliteit van je leven.

 Kristen A. Dunfiels en Valerie A. Kuhlmeier hebben een onderzoek gedaan genaamd ‘Itention-Mediated Selective Helping in Infancy”. Daarin is het volgende geschreven. Een manier om blijvende samenwerking tussen niet verwante personen en het verminderen van de kans op kostbare hulp aan degenen die niet zullen vergelden door selectief te helpen op basis van de inhoud van eerdere interacties. In de huidige studie hebben we geprobeerd om te bepalen of de vroegste exemplaren van menselijke hulpgedrag specifiteit tonen. In drie experimenten zagen we dat baby’s de voorkeur hebben om een persoon te helpen die in een eerdere interactie het doel had om een stuk speelgoed aan het kind te geven, dan die dat niet hadden. (experiment 1) en dat zuigelingen deze positieve intentie zelf hebben zonder een positief resultaat (experiment 2 overwegen). Experiment 3 bood een meer gedetailleerd onderzoek op basis van selectie, het suggereren dat baby’s, onwillende mensen, niet ontwijken, maar ook selectief zijn met het helpen van degenen die hebben aangetoond bereid te zijn om hulp te bieden. Alles bij elkaar genomen hebben deze experimenten aangegeven dat vroegtijdig hulpgedrag kenmerken vertoont van de rijke wederzijdse relaties die gevonden worden in volwassen prosociale gedrag. (Itention-Mediated Selective Helping in Infancy, 2010)

Om hulp te kunnen bieden moet je drie dingen kunnen herkennen.

1)      Het identificeren van het doel/ de hulp vraag van de ander.

2)      Het erkennen van de belemmering voor het bestaande doel.

3)      Beschikken over de motivatie om inspanning uit te oefenen om de obstakels te verwijderen of te minimaliseren, zonder een direct voordeel voor jezelf. (Eisenberg, Fabes, & Spinrad, 2006; Warneken & Tomasello, 2006; Zahn- waxler & Radke-Yarrow, 1982)

 Je kunt dus gelukkig worden van het verrichten van een goede daad. Maar iets doen voor een ander, van vrijgevigheid op zichzelf, hoef je dus nog niet gelukkig te worden. Het hangt er dus vanaf of degene de hulp wil aanvaarden en of de aangeboden hulp is wat hij zoekt (Eisenberg, Fabes, & Spinrad, 2006; Warneken & Tomasello, 2006; Zahn- waxler & Radke- Yarrow, 1982). Tevens is het belangrijk dat het uitdagend blijft, zo blijkt uit het eerste onderzoek, anders heeft het geen positieve bijdrage aan de levenstevredenheid van mensen. (Buchanan, K. E., & Bardi, A., 2009). Wat uit het tweede onderzoek bleek was dat het ook te maken heeft met hoe hulpvaardig de ontvanger is en of hij hulp wil ontvangen. (Dunfield, K. A. & Kuhlmeier, V. A., 2010). Kortom van vrijgevigheid alleen kun je niet gelukkig worden. Maar in combinatie met een paar andere factoren, kan het de levensvreugde van mensen sterk verbeteren.

 Bronnen:

Brickman, p., & Campbell, D.t. (1971). Hedonic relativism an planning het good society. In M.H. Appley (Ed.), Adaption level theory: A symposium (pp.287-302). New York: academic press.

Brickman ,P., Coates, D., & Janoff-Bulman, R. (1978). Lottery winners and accident victims- Is happiness relative? Journal of Personality and Social Psychology, 36, 917-927.

Buchanan, K. E., & Bardi, A. (2009). Acts of Kindness and Acts of Novelty, Affect Life Satisfaction.Journal of Social Psychology, 235-237.

Dunfield, K. A. & Kuhlmeier, V. A. (2010). Intention- Mediated Selective Helping in Infancy. Psychological Science published online pss.sagepub.com at QUEENS UNIV LIBRARIES.

Eisenberg, N., Fabes, R. A. & Spinrad, T. (2006). Prosocial development. In N. Eisenberg (Ed.), Handbook of child psychology: social emotional, and personality development (6th ed., vol. 3, pp. 646-718) Hoboken, NJ: Wiley

Lyubomirsky, S., Sheldon, K.M., & Schkade, D. (2005). Pursuing happiness: The architecture of sustainable change. Revieuw of General Psychology, 9, 111-131.

Sheldon, K. M., & Lyubomirsky, S. (2006). Achieving sustainable gains in happiness: Change youre actions, not your circumstances. Journal of Happiness studies, 7, 55-86.

Warneken, F & Tomasello, M. (2006). Altruistic helping in human infants and young chimpanzees. Science, 311, 1301-1303

Zahn- Waxler, C., & Radke- Yarrow, M. (1982). The development of altruism: Alternative research strategies. In N. Eisenberg (Ed.) The development of prosocial behaviour (pp. 109-137). San Diego, CA: Academic Press.

 Auteur: Jolanda Wassenaar, Positieve Psychologie, NHL Hogeschool Leeuwarden.

Geplaatst in Overige | 2 reacties

Sociale contacten, de sleutel tot jou geluk?

Zijn mensen met een groot social netwerk gelukkiger dan mensen zonder dat grote sociale netwerk? Heb jij al je vrienden nodig om gelukkig te zijn of kun net zo gelukkig zijn zonder hen? In dit artikel kijken we naar de invloed die het sociale netwerk heeft op het welbevinden van mensen. Wordt je gelukkig door vrienden, zelfhulp-technieken, of door onzichtbare lijntjes? We kijken naar een aantal verschillende theorieën.

Christakis en Fowler beweren in hun boek “Connected” (2009) [1] dat mensen door middel van onzichtbare lijnen aan elkaar verbonden zijn. Hierdoor kunnen we elkaar beïnvloeden. Zo wordt ook geluk ‘doorgegeven ’  Zeker door de sociale netwerken op internet, is de communicatie toegenomen. Onbewust volgen en leiden we elkaar, we geven van alles onbewust aan elkaar door. Ook ons geluk. Dus hoe meer gelukkige vrienden je hebt des te gelukkiger je zelf ook bent, zeggen Christakis en Fowler.

Ook onderzoekers van Harvard Medical School en de University of California, San Diego (2008) [2] hebben ontdekt dat geluk ook een collectief verschijnsel dat zich verspreidt via sociale netwerken als een emotionele besmetting. Deze onderzoekers hebben naar het geluk van 5000 individuen gekeken over een periode van 20 jaar. Hierbij kwamen ze tot de conclusie dat als iemand gelukkig werd, zijn netwerk ook 3 ‘geluksgraden’ steeg. Verdriet daarentegen heeft dit effect niet.

Een onderzoek onder Amerikaanse studenten [3]  bevestigd dat sociale relaties voor mensen vaak op de eerste plaats komen als het gaat om geluk en welbevinden. De gelukkigere studenten waren extrovert, zeer sociaal en hadden sterkere sociale en romantische relaties dan de anderen. Ook het zijn met anderen draagt bij aan geluk.  Er is geen duidelijk bewijs voor geluksbevordering door het hebben van veel relaties. Wel heeft een positieve stemming positieve sociale gevolgen en dit roept weer positieve reacties van anderen op. Kortom, de ander, in alle relatievormen is een bron van positieve gevoelens en bijna een noodzakelijke voorwaarde voor duurzaam geluk.

Een van de theorieën die Ruut Veenhoven [4] beschrijft over liefde of een relatie is dat dit direct effect heeft op geluk. (plezier van de partner) Behalve het dit directe effect is het het effect op lange termijn namelijk het gevoel van ‘zinvolheid’ dat veel mensen aan een relatie ontlenen. Je bestaan krijgt ineens een wat groter nut. Andere voordelen zijn maatschappelijke bevoordeling en sociale etikettering. Tot slot heeft verlies of scheiding van de partner een behoorlijke invloed. Weduwenaren en gescheiden mensen voelen zich na het wegvallen van de partner vaak ongelukkig.

Ari Väänänen [5] heeft aangetoond dat ongelijkwaardige relaties soms beter zijn voor geluk en gezondheid. Gelijkwaardige partners zijn dus niet altijd het best. Ari heeft dit aangetoond door gegevens over sociale steun, wederkerigheid en gezondheid van tienduizend Finse mannen en vrouwen te uit de beroepsbevolking te analyseren. Zijn conclusies zijn dat mensen die weinig steun krijgen van hun partner meer klachten hebben. Mensen die hun partner meer steun geven hebben minder klachten. Bovendien bewijst Väänänen dat een oud inzicht juist is: voor vrouwen is het beter om in een relatie te geven dan te nemen. Ook is vertroetelen en vertroeteld worden ook echt iets voor. Het verschil hierbij tussen man en vrouw heeft vooral te maken met de manier waarop zij het geven en nemen beleven.

Psycholoog Richard Tunney kwam tot de conclusie dat degenen met vijf vrienden of minder, had slechts 40 procent kans om gelukkig te zijn. [6] Nummer 10 was het eerste nummer waarop mensen hadden meer kans om gelukkig te zijn dan ongelukkig. De gelukkigste mensen waren die met tientallen vrienden. (dit onderzoek werd uitgevoerd door de National Lottery) Voor vrouwen lag dit aantal op 33, voor mannen op 49.

Wat we hieruit kunnen concluderen is dat een sociaal netwerk wel degelijk invloed hebben op het welbevinden van mensen. Uit het ene onderzoek blijkt dat je veel vrienden nodig hebt om gelukkig te zijn, en in het andere onderzoek volstaan 1  of 2 vrienden.  Natuurlijk zijn er meer dingen om gelukkig van te worden behalve je sociale contacten. Maar een ding is zeker, sociale contacten hebben wel degelijk invloed. Dus bedenk je nog even, voor dat je iedereen gaat ontvrienden.

 

Bronvermelding:

1.    N.A. Christakis, J.H. Fowler (2009) Connected. Little, Brown and Co./Hachette Book Group

2.    Harvard Medical School (2008, December 5). Happiness Is ‘Infectious’ In Network Of Friends: Collective — Not Just Individual — Phenomenon. ScienceDaily. Geraadpleegd op 30 december 2010 http://www.sciencedaily.com­ /releases/2008/12/081205094506.htm

3.    Walburg, J.A. (2010). Mentaal Vermogen, Investeren in Geluk. (vierde druk). Amsterdam: Nieuw Amsterdam

4.    Veenhoven, R. (1989). Liefde en Geluk. Geraadpleegd op 30 december 2010, van http://www2.eur.nl/fsw/research/veenhoven/Pub1980s/89h-fulln.pdf

5.    RUG. In een relatie is geven beter dan nemen – vooral voor vrouwen. (Geraadpleegd op 30 december 2010
http://www.rug.nl/corporate/nieuws/archief/archief2010/persberichten/075_10

6.    Tunney, R (2008) The secret to happiness? Having 10 good friends. Geraadpleegd op 30 december 2010 http://www.dailymail.co.uk/news/article-1079997/The-secret-happiness-Having-10-good-friends.html

Geplaatst in Overige | 4 reacties

Van vrijgevigheid word je gelukkig!

Zou je echt gelukkig kunnen worden van vrijgevigheid? Ik denk van wel. Helaas is het meestal wel van korte duur, maar dat is zo met alle factoren die gelukkig maken. Geluk is niet iets wat je de hele dag door kunt voelen. Het komt in vlagen voorbij. Dat is ook niet zo heel vreemd als we kijken naar alle gelukstheorieën die er al bestaan. Doordat geluk niet op zichzelf staat en altijd met allerlei factoren in verbinding is. Nieuwigheid is daar één van.

Kathryn E. Buchanan van de universiteit van Kent en Anat Bardi van de Royal Holloway universiteit van Londen hebben een onderzoek gedaan. Het onderzoek was bedoeld om de gevolgen van de daden van vriendelijkheid en de daden van nieuwheid op de tevredenheid van het leven vast te stellen. De deelnemers aan dit experiment waren tussen de 18 – 60 en namen deel aan het experiment op vrijwillige basis. Er werd willekeurig toegewezen of ze een nieuwe daad van vriendelijkheid moesten uitvoeren, een daad op dagelijkse basis of geen daad gedurende 10 dagen. Zoals verwacht, het uitvoeren van nieuwe vriendelijke daden resulteerde in een toenamen van de tevredenheid van het leven. (acts of kindness and acts of novelty affects live satisfaction, 2009). In het onderzoek word verwezen naar eerder onderzoek zo word er gezegd dat, het succes van dergelijk handelingen kan worden toegeschreven aan de potentieel element van nieuwheid tegen de adaptatie van effecten( Brickma & Cambell, 1971; Brickman, Coates & Janoff- Bulman, 1978) inderdaad, deelnemers die vijf soort handelingen in 1 dag per week deden, hadden een grotere stijging in geluk, dan die vijf soort handelingen verrichten verspreid over meerdere dagen in 1 week.(Lymbomirsky et. al., 2005), Vermoedelijk door het  regelmatig uitvoeren van de handeling, konden de deelnemers zich sneller aanpassen. En was de nieuwigheid van de handeling af. Hoogtepunten van deze Nieuwigheid als een belangrijke factor bij het vergroten van geluk en doet de vraag rijzen of het voeren van nieuwe handelingen voldoende in om het leven tevredenheid te verhogen. Op dit moment heeft slechts correlationeel ondersteuning koppelen positieve wijziging van activiteiten met een positieve invloed zijn verkregen. ( Sheldon & Lyubomirsky,2006)

Je word dus gelukkig van het verrichten van een goede daad (vrijgevigheid) alleen moet je wel de uitdaging er van blijven zien. Als het te eentonig wordt, vergroot het niet meer de kwaliteit van je leven.

Kristen A. Dunfiels en Valerie A. Kuhlmeier hebben een onderzoek gedaan genaamd ‘Itention-Mediated Selective Helping in Infancy”. Daarin is het volgende geschreven. Een manier om blijvende samenwerking tussen niet-verbonden personen en verminderen de kans op kostbare hulp aan degenen die zullen niet vergelden is door selectief te helpen op basis van de inhoud van eerdere interacties. In de huidige studie, we geprobeerd om te bepalen of de vroegste examplaren van menselijke helpen gedrag specifiteit tonen. In drie experimenten vonden we dat baby’s de voorkeur hebben om een persoon te helpen die, in een eerdere interactie het doel had om een stuk speelgoed aan het kind te geven, dan die dat niet hadden. (experiment 1) en dat zuigelingen deze positieve intentie zelf hebben zonder een positief resultaat (experiment 2 overwegen). Experiment 3 bood een meer gedetailleerd onderzoek op basis van selectie, het suggereren dat baby’s, onwillende mensen, niet ontwijken, maar ook selectief zijn met het helpen van degenen die hebben aangetoond bereid te zijn om hulp te bieden. Alles bij elkaar genomen hebben deze experimenten aangegeven dat vroegtijdig helpent gedrag vertoont ken merken van de rijken wederzijdse relaties die gevonden word in volwassen ‘prosociale gedrag. (Itention-Mediated Selective Helping in Infancy, 2010)

Om hulp te kunnen bieden moet je drie dingen kunnen herkennen.

1)      Het identificeren van het doel/ de hulp vraag van de ander.

2)      Het erkennen van de belemmering voor het bestaande doel.

3)      Beschikken over de motivatie om in spanning uit te oefenen om de obstakels te verwijderen of te minimaliseren, zonder een direct voordeel voor jezelf. (Eisenberg, Fabes, & Spinrad, 2006; Warneken & Tomasello, 2006; Zahn- waxler & Radke-Yarrow, 1982)

Je kunt dus gelukkig worden van het verrichten van een goede daad. Maar iets doen voor een ander, van vrijgevigheid op zichzelf, hoef je dus nog niet gelukkig te worden. Het hangt er dus vanaf of de gene de hulp wil . En of de aangeboden hulp is wat hij zoekt (Eisenberg, Fabes, & Spinrad, 2006; Warneken & Tomasello, 2006; Zahn- waxler & Radke- Yarrow, 1982). Tevens is het belangrijk dat het uitdagend blijft, zo blijkt uit het eerste onderzoek, anders heeft het geen positieve bijdragen aan de levenstevredenheid van mensen. (Buchanan, K. E., & Bardi, A., 2009). Wat uit het tweede onderzoek bleek was dat het ook te maken heeft met hoe hulpvaardig de ontvanger is. En of hij hulp wil ontvangen. (Dunfield, K. A. & Kuhlmeier, V. A., 2010). Kortom van vrijgevigheid alleen kun je niet gelukkig worden. Maar in combinatie met een paar andere factoren, kan het de levensvreugde van mensen strekt verbeteren.

Bronnen:

Brickman, p., & Campbell, D.t. (1971). Hedonic relativism an planning het good society. In M.H. Appley (Ed.), Adaption level theory: A symposium (pp.287-302). New York: academic press.

Brickman ,P., Coates, D., & Janoff-Bulman, R. (1978). Lottery winners and accident victims- Is happiness relative? Journal of Personality and Social Psychology, 36, 917-927.

Buchanan, K. E., & Bardi, A. (2009). Acts of Kindness and Acts of Novelty, Affect Life Satisfaction.Journal of Social Psychology, 235-237.

Dunfield, K. A. & Kuhlmeier, V. A. (2010). Intention- Mediated Selective Helping in Infancy. Psychological Science published online pss.sagepub.com at QUEENS UNIV LIBRARIES.

Eisenberg, N., Fabes, R. A. & Spinrad, T. (2006). Prosocial development. In N. Eisenberg (Ed.), Handbook of child psychology: social emotional, and personality development (6th ed., vol. 3, pp. 646-718) Hoboken, NJ: Wiley

Lyubomirsky, S., Sheldon, K.M., & Schkade, D. (2005). Pursuing happiness: The architecture of sustainable change. Revieuw of General Psychology, 9, 111-131.

Sheldon, K. M., & Lyubomirsky, S. (2006). Achieving sustainable gains in happiness: Change youre actions, not your circumstances. Journal of Happiness studies, 7, 55-86.

Warneken, F & Tomasello, M. (2006). Altruistic helping in human infants and young chimpanzees. Science, 311, 1301-1303

Zahn- Waxler, C., & Radke- Yarrow, M. (1982). The development of altruism: Alternative research strategies. In N. Eisenberg (Ed.) The development of prosocial behaviour (pp. 109-137). San Diego, CA: Academic Press.

Auteur: Jolanda Wassenaar, Positieve Psychologie, NHL Hoogeschool Leeuwarden.

Geplaatst in Levenshouding en vaardigheden, Liefde, relaties en sociale contacten, Overige | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Relaties en geluk onlosmakelijk met elkaar verbonden?

Maken relaties en interactie met andere mensen ons werkelijk gelukkiger?

De meningen zijn verdeeld over wat de grootste geluksveroorzakers zijn, sommigen geloven dat het meer met materialistische rijkdom te maken heeft, anderen beweren dat het gaat om liefde en relaties met andere mensen. Er zijn verschillende onderzoeken gedaan naar de relatie tussen liefde, relaties en geluk, ook hoe dit verhoudt tot andere zaken zoals geld, werk en dergelijke. In dit artikel kijken we wat de belangrijkste high lights zijn die naar voren komen uit deze onderzoeken…:

Ruut Veenhoven (1) deed onderzoek naar ‘geluk en liefde. Hij kwam tot de conclusie dat mensen in een liefdesrelatie over het algemeen gelukkiger dan alleenstaanden. Door veel verschillende variabelen in diverse onderzoeken naar het verband tussen liefde en geluk met elkaar te vergelijken kon hij uiteindelijk concluderen dat het geluk wat voort komt uit een relatie echt door de wisselwerking met de partner tot stand komt. Gezondheid, leeftijd, wel of niet hebben van kinderen en ook het al dan niet hebben van een baan zijn niet van invloed op dit effect. Het verschil in geluk tussen mensen met en zonder liefdespartner is waarschijnlijk gevolg van twee effecten: Liefde bevordert geluk, en geluk schept ook meer kans op liefde.

George Vaillant (2) heeft als psychiater een bijzonder onderzoek verricht: Hij heeft een groot gedeelte uit mogen voeren van een onderzoek wat gedurende 70 jaar op mannelijke Harvard studenten is gedaan. Deze mannen werden tot het einde van hun leven gevolgd. Uiteindelijk was George’s conclusie dat ‘volwassen’ gedrag (zoals hij dit beschrijft in zijn artikel) bijdraagt aan het kunnen onderhouden van relaties en vriendschappen. Uit zijn onderzoek bleek dat deze laatste factor de grootste invloed uitoefent op hoe gelukkig je bent en dit kunt behouden wanneer je ouder wordt. Happiness is love, full stop.

Nog een bijzonder onderzoek werd uitgevoerd door de onderzoekers James H. Fowler en Nicholas A. Christakes (3) het heet ‘The Framingham Heart Study. In dit onderzoek is er gedurende 20 jaar een groep van 5409 mensen bestudeerd waarvan van allen hun netwerk van relaties gedetailleerd in kaart gebracht. Met regelmaat is hun sociale netwerk geüpdate. Ze hebben gemeten in welke delen van het netwerk de mensen het meest gelukkig zijn, en nu blijkt dat er clusters terug te vinden zijn in een dergelijk netwerk waarbij dit cluster duidelijk gelukkiger is dan de rest, dit cluster is onderling met elkaar verbonden. De conclusie die men hieruit kan trekken is dat geluk zich verspreid in je omgeving, omgaan met gelukkige en gezonde mensen versterkt je eigen geluksgevoel.

Ad Kerkhof (4) ,hoogleraar klinische psychologie, geeft onderbouwd met wetenschappelijke visies en ervaringen uit zijn eigen praktijk weer wat geluk bevordert. Er komen veel belangrijke factoren aan bod zoals gezondheid, leuke dingen doen, zelfontplooiing en relativeren. Hij eindigt in zijn stuk met: Tot slot de meest effectieve en simpele aanbeveling: ga vaker naar goede vrienden toe, nodig ze vaker uit, en laat jezelf vaker uitnodigen. Ga vaker naar je geliefde, besteed meer tijd met je levenspartner.

Een sociologisch onderzoek, uitgevoerd door Rixt Bijker (5), naar onder andere het psychische welbevinden van dak- en thuislozen en zichtbaar alcohol of harddrugs verslaafde mensen in relatie tot hun sociale omgeving. Uit het onderzoek blijkt dat de mensen uit de doelgroep met de beste sociale contacten en partners (dus een netwerk in verschillende gradaties van intensiteit) een hoger niveau van psychisch welbevinden (geluksgevoel) ervaren en meer contact hebben met hulpverleners, en  beter voor zichzelf zorgen. Daaruit kun je dus opmaken dat sociale contacten in iedere ‘laag’ van de bevolking invloed hebben op het kunnen ervaren van geluk.

Uiteindelijk wil ik sluiten met een onderzoek wat uitgevoerd is door http://www.leefritme.nl’ (6), zij hebben onderzoch wat de invloed van zowel online als offline sociale relaties is op ons leefritme en geluk. Gebleken is dat de mensen met een grote mate van overeenstemming tussen hun on- en off line “vriendenkring” een grotere mate van geluk ervaren en dagelijks intensief en initiatiefrijk gebruik van on-line sociale kan bijdragen aan een gelukkiger gevoel, met bovendien het “aanvullen” van (het contact met) de reële vriendenkring met een virtuele component en vice versa de kwaliteit van de vriendschap zal verbeteren. Het werkelijke, ook fysieke, contact met relaties bleek uiteindelijk wel de grootste geluksveroorzaker te zijn, maar toch dragen de online relaties hier ook aan bij. Het gaat om de balans tussenbeide.

 Conclusie:

Geluk, liefde en relaties zijn dus wel degelijk innig met elkaar verstrengeld. Wetenschap toont aan dat dit een veel belangrijkere factor is dan het hebben van geld en dat mensen met een gezond sociaal leven zelfs ouder worden dan de mensen die geen gezond sociaal netwerk kunnen onderhouden. Ik kan er uiteindelijk nog maar 1 ding over zeggen: Make love, not war…

 Bronvermelding:

 1          Ruut Veenhoven, Liefde en geluk, geraadpleegd november 2010, http://www2.eur.nl/fsw/research/veenhoven/Pub1980s/89h-fulln.pdf

2          George Vaillant, Happiness is love, full stop, geraadpleegd November 2010, http://www.cbc.ca/health/story/2009/07/29/f-happiness-harvard-study-vaillant.html#ixzz1636dNZv8

 3          James H Fowler, Nicholas A Christakis, Dynamic spread of happiness in a large social network: longitudinal analysis over 20 years in the Framingham Heart Study, geraadpleegd november 2010, http://www.bmj.com/content/337/bmj.a2338.full?view=long

4          Ad Kerkhof, Hoe kun je gelukkiger worden? Psychopraxis, 05 (2003)

5          Rixt Bijker, Sociale integratie en welzijn aan de rand van de samenleving, geraadpleegd november 2010, http://www.ppsw.rug.nl/~veenstra/Supervision/Master/Bijker.pdf

 6          www.leefritme.nl, De Invloed van Online en Offline Sociale Relaties op ons Leefritme en geluk, geraadpleegd op 4 december 2010, http://www.leefritme.nl/wp-content/uploads/2010/01/LR3A-2DEC09-21.pdf

Femke Marije Wiersma

 

Geplaatst in Liefde, relaties en sociale contacten | Tags: , , , | 1 reactie

Geluk is een levenshouding.

Geluk is een levenshouding.
Door; Sanne Stuifzand.

Heeft gelukkig zijn te maken met je levenshouding?
Geluk wordt vaak gezien als iets wat je overkomt. Maar kun je het ook zelf beïnvloeden?
Er wordt de laatste jaren steeds meer geschreven over hoe je zelf je eigen geluk kunt beïnvloeden. In zelfhulp boeken, maar ook psychologen doen er onderzoek naar.

Het instituut voor Positieve Psychologie heeft op hun website een vijf stappen plan voor een positievere levenshouding.(www.ivpp.nl) Er is een verschil in manier van denken tussen pessimistische denkers en optimistische denkers. Met de vijf stappen kan een pessimistische denker zichzelf aanleren positiever te denken. Door dat hij positiever denkt zal hij ook gelukkiger in het leven staan.

Csikszentmihlyi heeft onderzoek gedaan naar geluk. (van den Hout, 2007) Hij kwam er achter dat momenten die mensen als gelukkig ervaren vaste kenmerken hebben. Men rapporteert dit als men geabsorbeerd was door een taak, en daar bij zich zelf, de context en de tijd vergat. Allerlei activiteiten kunnen dit gevoel oproepen. Csikszentmihlyi noemt dat ‘flow’. Tijdens ‘flow’ verliest men zich in (mentale) activiteiten die plezierig zijn.

Naast ‘flow’ is er nog een andere stroming. Mindfullness. Waar het er bij flow omgaat dat men zichzelf verliest in de activiteit waar hij mee bezig is gaat het er bij mindfullness om dat men zich bewust is van alles wat er om hem heen gebeurt. Open staan en aandacht hebben voor wat er in het hier en nu is.(Brown & Ryan) Mindfullness kan belangrijk zijn in het loskomen van automatische gedachten, gewoontes en ongezonde gedragspatronen. Daarmee kan men inzicht krijgen in en controle krijgen over eigen gedrag. Dit leidt uit eindelijk tot een beter gevoel over zichzelf.

Volgens Lyubomirsky, King & Diener (2005) kunnen mensen goed gebruik maken van de periodes dat ze zich gelukkig voelen. Mensen die zich gelukkig voelen kunnen twee dingen doen. Ten eerste proberen dat moment van geluk zo goed mogelijk bewaken en alles wat het lijkt te bedreigen vermijden. Maar hiermee wordt er een negatieve emotie gekoppeld aan iets wat eigenlijk heel positief is. Ten tweeede kunnen mensen als ze gelukkig zijn op zoek gaan naar nieuwe doelen en uitdagingen. Deze uitdagingen worden dan omdat ze op dat moment gelukkig zijn positief aangegaan. En als men na een tijdje deze doelen en uitdagingen heeft behaalt treed er weer een moment van geluk op door het behalen van de dat doel. Dus door op een gelukkig moment niet alleen maar tevreden zijn en bang te zijn om het verliezen, maar juist verder kijken om nog meer geluk te kunnen bewerkstelligen.

Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond dat diegenen die het meest intens geluk ervaren, tevens het meest intens ongeluk ervaren. (A. Kerkhof, 2003) Zij wisselen dat af over verschillende levensgebieden. Geluk is niet iets dat je de hele dag, de hele week kunt voelen.Geluk varieert, het is er het ene moment wel en het volgende weer niet. Tevredenheid met het huidige bestaan wordt vaak genoemd als basis voor geluk: positieve prettige gevoelens worden vaak gemeld wanneer het over geluk gaat. Essentieel echter is dat geluksgevoelens nogal verschillen tussen mensen, wat samenhangt met hun verschillende doelstellingen. Kennelijk kiezen of ontwikkelen mensen doelen in hun leven die zij nastreven. Geluk kan iets zeggen over de vraag of het leven voldoet aan de gestelde eisen. Onrealistische, onhaalbare doelen vormen derhalve geen goede voedingsbodem voor geluk. Je kunt het dus vergroten door harder te werken om je doelen te bereiken, door het bijstellen van je doelen – zeker wanneer ze onhaalbaar zijn – of door te accepteren dat sommige doelen onhaalbaar zijn.

De neurobiologie en de klassieke filosofie (Walburg, 2008) leren ons dat geluk meer het gevolg is van juiste gedachten en gedrag dan van toeval. Soms verwachten we dat ons gevoel verandert op basis van een veranderd inzicht in ons zelf. Dat inzicht is waarschijnlijk slechts een eerste stap. Veranderingen in emotionele beleving vergen een aanzienlijke en veel herhaalde inspanning. Minder negatieve gevoelens en meer positieve gevoelens, en dus meer geluk, ervaren lijkt binnen bereik voor degene die bereidt is om een zich daar daadwerkelijk voor in te spannen.
Door je levenshouding aan te passen kun je meer geluk ervaren in je leven. Je levenshouding aanpassen is echter niet zo gemakkelijk als het misschien lijkt. Het gaat niet vanzelf, maar vergt behoorlijk wat inspanning.Wat van belang lijkt te zijn is het accepteren van de dingen zoals ze zijn en verantwoording te nemen voor de dingen waar je zelf controle over uit kunt oefenen. Geluk, het overkomt je niet zo maar, je moet er wel wat voor doen.

Bronnen;
http://www.ivpp.nl/geluk/optimisme-als-levenshouding-in-vijf-stappen/
J.A. Walburg.(2008). Mentaal vermogen.Investeren in geluk. (p.41) Nieuw Amsterdam Uitgevers.
M. van den Hout. Mindfullnes en flow. Kind en adolescent in de praktijk. 6 (2007) (p.17-18)
A. Kerkhof. Hoe kun je gelukkiger worden. Psychopraxis.05 (2003) (p. 206-210)
Lyubomirsky, King & Diener. (2005) The benefits of frequent positive affect: Does happiness lead to succes? Psychological bulletin. 2005, vol. 131 No. 6. 803-855
Brown & Ryan. (2003)The benefits of being present: Mindfullness and Its role in psychological well-being. Journal of personality and Social Psychology. 2003. Vol 84, No. 4, 822-848

Geplaatst in Levenshouding en vaardigheden | Tags: , , , | 2 reacties

Zelfvertrouwen cruciaal voor ons welbevinden

Zelfvertrouwen cruciaal voor ons welbevinden!

Wanneer je een laag zelfvertrouwen hebt, kan dat ons op verschillende manieren beïnvloeden zoals, ons denken, gevoelens voor jezelf maar ook voor anderen en het gedrag ten opzichte van jezelf en naar anderen toe. Zelfvertrouwen loopt als een rode draad door ons leven, wanneer je vertrouwen hebt in jezelf, heb je een gevoel van waardigheid, je voelt je sterk, je hebt een gevoel alsof je de wereld aankunt. Het is een fijn gevoel, een gevoel van welbevinden, een gevoel van geluk!
Zelfvertrouwen zou de kern van ons leven kunnen zijn, van daaruit kun je leren, je kan stappen ondernemen, liefhebben en liefde ontvangen, contacten aangaan, kortom zelfvertrouwen is cruciaal voor ons welbevinden.
In het volgende stuk wil ik door middel van onderzoeken laten zien wat zelfvertrouwen met ons doet en dat het ook heel complex kan zijn.

Hieronder volgen enkele stukken die te maken hebben met zelfvertrouwen.

-Zelfvertrouwen was al lange tijd een van de meest onderzochte thema’s binnen de psychologie. Niet zo verwonderlijk, een hoog zelfvertrouwen hangt samen met een groot aantal positieve eigenschappen als, geluk, een actieve houdiing en sociale vaardigheden.
Enkele jaren terug bleek echter uit onderzoek van de Amerikaanse sociaal psycholoog Roy Baumeister dat zelfvertrouwen ook egoïstisch en narcistisch gedrag kan veroorzaken. De wetenschappelijke belangstelling voor zelfvertrouwen nam spontaan af. Wat is de juiste balans bij zelfvertrouwen?

-Het vergroten van Self-Efficacy: een sleutel tot snellere werkhervatting
Het typerende bij psychische klachten
is het gevoel van mensen de ‘grip’, de ‘controle’ kwijt te zijn. Ze ervaren niet langer dat zij zelf regie voeren in de interactie met wat het leven en de omgeving van hen vraagt en zij kunnen bieden. Vaak bestaat een laag zelfbeeld, ‘ik kan dit toch niet’ of irrationele gedachten ‘dit gaat mij toch niet lukken’.
Bij psychische problemen speelt in meerdere of mindere mate ook een gevoel van angst en komt vermijding (van nieuwe situaties of bestaande stressvolle situaties) vaak voor. Dus ook als het gaat over werkhervatting. Ook hierin is het belangrijk dat je zelfvertrouwen hebt.

-Amerikaanse jongeren zijn de laatste tientallen jaren steeds zelfverzekerder geworden. En nu is hun zelfvertrouwen zelfs zo hoog, dat psychologen voorstellen om de meest gebruikte vragenlijst om zelfvertrouwen te meten aan te passen. Die vragenlijst, de Rosenberg Self-Esteem Scale, dateert uit de jaren zestig van de vorige eeuw. In 2008 haalde ruim de helft van de studenten een score van 35 punten of meer, op een maximum van 40.

-De psychologie heeft al lange tijd een interesse in zelfvertrouwen. De godfather van de psychologie, William James, zag zelfvertrouwen vooral als de vaardigheid om succes te behalen. In het hedendaagse onderzoek naar zelfvertrouwen, is er ook aandacht voor Waardigheid. Een combinatie tussen die twee zou moeten zorgen voor een optimaal zelfvertrouwen.

-De afgelopen jaren zijn er steeds meer Oosterse ideeën geïntegreerd binnen de wetenschappelijke psychologie. Denk daarbij bijvoorbeeld aan mindfulnesstrainingen. Binnen het onderzoek naar zelfvertrouwen is dit echter betrekkelijk nieuw. Uit onderzoek blijkt dat er sterke aanwijzingen voor zijn dat Waardigheid een onderdeel is van optimaal zelfvertrouwen. Er is echter nog verder onderzoek nodig om te ontdekken wat de juist balans tussen Waardigheid en Vaardigheid is. Voorlopig zijn we daarvoor nog aangewezen op onze eigen intuïtie.

Conclusie
Een flinke dosis zelfvertrouwen is goed voor je welbevinden en geluk in het leven. Zelfvertrouwen kan je op verschillende manieren beïnvloeden. Maar wanneer je teveel zelfvertrouwen hebt, kan het doorschieten in arrogantie, egoïsme en narcisme. Als je dit goed in balans wilt houden zul je regelmatig op jezelf moeten reflecteren. Dan heb je een gezonde dosis zelfvertrouwen.
Hou van het leven, hou van jezelf!

Bronvermelding.

http://www.hartenziel.nl/artikel/Hup_zelfvertrouwen_

http://www.nrcnext.nl/…/amerikaanse-kinderen-vinden-zichzelf-te-geweldig/

http://www.psycholoog.net/

http://www.zelfvertrouwen.wordpress.com/

http://www.psychischenwerk.nl/pw/article.php

Geplaatst in Levenshouding en vaardigheden | Tags: , , , , | 1 reactie